Wij legitimeren in de zorg

foto door Gratisogrpahy.com

Wat de zaak van arts Tromp uit Tuitjenhorn ons laat zien.

We hebben in Nederland de neiging overheden te volgen. We nemen aan dat de overheid beter dan wijzelf in staat is tot een rechtvaardig en wijs oordeel te komen. Intussen ervaren we dat dit steeds minder het geval is, dat overheden gevoel voor realiteit hebben verloren. Wij, mensen aan de voet van de samenleving, hebben meer gevoel voor realiteit dan onze overheid.
In dit artikel maken we dat zichtbaar, aan de hand van de uitspraak van de rechtbank Alkmaar over de schorsing die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) had opgelegd aan huisarts Nico Tromp.

Is voor een arts de artseneed leidend of zijn dat de regels?
De IGZ legde op 2 oktober 2013 een algehele schorsing op aan huisarts Nico Tromp in Tuitjenhorn. Aanleiding was de melding van een co-assistent in augustus over een ongewoon hoge dosis morfine aan een terminaal zieke patiënt die kort daarop overleed. Onlangs speelde het beroep dat de weduwe en de huisartsenpraktijk waarvan Tromp deel uitmaakte tegen het bevel van de IGZ hadden aangetekend. Was de schorsing terecht of niet?

We bekijken het beroep en het onderwerp waarover de rechtbank heeft geoordeeld. En we kijken naar de oordeelwijze van de rechtbank: wat kun je daaraan zien?

Het bevel van de IGZ

Kort na de melding van een co-assistent over onverantwoorde zorg door huisarts Nico Tromp kreeg hij een huiszoeking. Daarna meldde hij zich ziek en liet zich opnemen in een gesloten inrichting vanwege zelfmoordneigingen. Op 2 oktober, de dag van het bevel, had hij zijn werkzaamheden al enkele weken overgedragen. Op 7 oktober werd bezwaar tegen het bevel aangetekend. Op 8 oktober pleegde hij zelfmoord. In 2014 besloot de IGZ het bevel te herroepen vanwege het overlijden van de huisarts. Weduwe Anneke Tromp en de huisartsenpraktijk vinden dat het bevel alsnog geheel moet worden vernietigd.

Waarover heeft de rechtbank geoordeeld?

De rechtbank begrijpt dat het bevel herroepen is, en onderzoekt nu of er ook sprake was van een onjuist bevel. “De rechtbank heeft eerst beoordeeld of de huisartsenpraktijk na het overlijden van de huisarts nog belang bij deze procedure heeft. Dat vindt de rechtbank het geval. Aannemelijk is dat de praktijk door het bevel in haar goede naam is aangetast. Ook is min of meer aannemelijk dat de praktijk door het bevel en de publiciteit die het heeft gekregen materiële schade heeft geleden. Vervolgens heeft de rechtbank het bevel inhoudelijk onder de loep genomen. Het geven van een bevel is een bevoegdheid van de inspecteur waarbij hij een eigen beoordelings- en beleidsvrijheid heeft. Deze vrijheid dient de rechtbank te respecteren. Concreet betekent dit dat de rechtbank toetst of de inspecteur in redelijkheid het bevel heeft kunnen geven.”

De behandeling door de rechtbank

Onder dossiernummer ECLI:NL:RBNHO:2015:5480 staat de uitgebreide behandeling van deze zaak. Er wordt daarin een feitelijk overzicht gegeven van de aanleiding tot het bevel. Daarna volgt de wet- en regelgeving die de rechter als grondslag voor de beoordeling van deze zaak van belang heeft geacht:

2.2
Op grond van artikel 2 van de Kwaliteitswet zorginstellingen (Kwz) biedt de zorgaanbieder verantwoorde zorg aan. Onder verantwoorde zorg wordt verstaan zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend en die afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt.
Op grond van artikel 8, eerste lid, van de Kwz kan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven indien hij van oordeel is dat artikel 2 niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd.
Op grond van het vierde lid van dit artikel kan verweerder een schriftelijk bevel geven indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, die door de minister kan worden verlengd.

2.3
Wat onder verantwoorde zorg als bedoeld in artikel 2 van de Kwz moet worden verstaan, is onder meer vastgelegd in regels en richtlijnen van medische organisaties. In deze zaak zijn met name van belang het “Competentieprofiel van de huisarts” van de LHV en het Nederlands Huisartsen Genootschap, de “Richtlijn palliatieve sedatie” van de KNMG en de “Sedatiekaart Noord Holland Noord; Aandachtspunten en afspraken bij het toepassen van palliatieve sedatie en medicatie bij palliatieve sedatie. Netwerk Palliatieve Zorg West-Friesland, Noord-Kennemerland en Kop van Noord-Holland”.”

In de rechterlijke uitspraak wordt het handelen van huisarts Tromp steeds getoetst aan een of meer regels en richtlijnen zoals onder 2.3 verwoord; en waar dat gebeurt, wordt het ook nog expliciet benoemd. Het oordeel luidt dat de inspectie gelijk krijgt, op één punt na: het bevel was te uitgebreid. Het was voldoende geweest als het alleen betrekking zou hebben gehad op palliatieve zorg en euthanasiegevallen.

De wijze van oordelen van de rechtbank

De invloed van context en situatie in deze zaak

Allereerst valt in het feitenoverzicht op dat de context van de huisarts, de co-assistent, de patiënt en diens familie, Tuitjenhorn als woon- en werkgebied voor patiënten en huisartsen en hoe het er daar gewoonlijk aan toe gaat, ontbreekt. Ook ontbreekt ieder spoor van de artsenidentiteit van huisarts Tromp. Daarmee bedoelen we hoe patiënten tegen hem aankeken en de reputatie die hij in Tuitjenhorn had. Het feitenoverzicht komt niet verder dan opsomming van voorgeschreven handelingen en in hoeverre die wel en niet gevolgd zijn. Bij zo’n weergave van feiten kunnen de gebeurtenissen zich overal in Nederland afspelen, bij willekeurig welke patiënt, familie, huisarts en co-assistent, in welke sociale, culturele omgeving en omstandigheden ook. Dat deze zaak ook beoordeeld zou moeten worden vanuit de omgeving waarin die zich afspeelt, omdat iedereen in de zaak daarmee in wisselwerking is en het handelen van iedereen verregaand bepaalt, blijkt bij de rechtbank geen rol te spelen.

Er is geen absolute rationele maat die goede zorg meet.
Zoals we al zagen gebruikt de rechtbank de Kwaliteitswet zorginstellingen (Kwz) om het gedrag van huisarts Tromp te toetsen. Onder verantwoorde zorg wordt daarin verstaan: zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend en die afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt.

Deze omschrijving is een richtlijn die elke arts kan onderschrijven. Aan het bed van de patiënt zullen ze steeds hun uiterste best doen zo te handelen. Zodra je als inspectie en als rechtbank de formulering gebruikt om op basis van één geval de reputatie en competentie van een arts te beoordelen, wordt het echter absurd. De overheid zadelt hiermee elke arts op met de angst dat het geval waar hij/zij op dit moment voor staat wel eens het laatste kan zijn.
Je tast daarmee de soevereiniteit van de artsenij aan en berokkent de samenleving forse schade.
Bovendien heeft Nico Tromp vanuit deze richtlijn gehandeld, maar was voor hem de volgorde anders. Patiëntgericht en doeltreffend typeerden zijn handelen. Met doelmatig kon hij daar en dan niks.

Veel realistischer is om op verantwoorde zorg te toetsen door de reputatie van de arts in ogenschouw te nemen: je komt tot een oordeel over zijn (of haar) functioneren aan de hand van de vele verschillende gevallen waar hij in de afgelopen jaren in zijn praktijk mee te maken had. Artsen beoordelen hun collega’s op deze manier. En patiënten ook, op basis van wat ze met hem of haar meemaken. Het is dan goed mogelijk dat een arts in een bepaalde situatie faalt, terwijl het oordeel over een langere periode gunstig uitvalt. Voor de inspectie wordt dan de klus om de historie en wat er allemaal speelde en toe deed, boven water te halen. Bij specialist Jansen Steur lukte dat de inspectie niet. Maar als ze dat niet kan, rechtvaardigt dat nog niet om terug te vallen op één geval, dat bovendien vanuit verschillende oriëntaties verschillend zal worden beoordeeld.

Als je aan patiënten van huisarts Tromp de vraag voorlegt of hij verantwoorde zorg bood, zullen ze massaal antwoorden dat hij daaraan voldeed. Je zag het aan de stille tocht en de vele reacties en steunbetuigingen. De familie van de overleden patiënt in kwestie zegt ook dat Tromp daaraan voldeed. Als je van enige afstand ernaar kijkt, ga je af op het oordeel van die mensen. Zij hebben huisarts Tromp meegemaakt, ze hebben eigen ervaringen om tot zo’n oordeel te kunnen komen – niet op basis van één contact met hem, maar wat ze over de jaren heen met hem hebben meegemaakt. Ze nemen daarbij onontkoombaar en onuitgesproken de context mee die we in het feitenoverzicht van de rechtbank missen. Vanuit deze optiek was het bevel van de inspectie meer dan voorbarig.

Dan is er nog het punt dat de overleden patiënt tevoren had gezegd geen euthanasie te wensen, en de familie had dat gerespecteerd. Als Tromp op die betreffende dag in augustus aan patiënt en de familie zou hebben gevraagd of ze in deze uitzichtloze en pijnlijke situatie van de patiënt er nog precies zo over dachten, zou hij hen wellicht in psychische nood hebben gebracht. Het leven niet afbreken maar ook geen ondraaglijk langdurig lijden, raken dan op allerlei complexe manieren met elkaar verweven. De familieleden hadden dan moeten uitspreken wat ze op dat moment vonden, hadden wellicht expliciet moeten voldoen aan een norm waar ze gevoelsmatig tegen waren. Wellicht heeft Tromp die vraag niet gesteld, maar hun lichaamstaal uitgelezen en gezien wat hun wens was. Of hij het aan de patiënt nog had kunnen vragen zullen we nooit weten. De inspectie en het OM bleken tijdens de gesprekken / verhoren met Tromp niet geïnteresseerd in zijn waarnemingen en overwegingen. In dat verband is ook de getuigenis van de co-assistent van belang. Wat heeft ze wel en niet waargenomen?

Hoe de rechtbank oordeelde

Uit de uitspraak blijkt dat de rechtbank zich voor de beoordeling van kwaliteit van zorg baseert op de opsomming onder 2.3. Competenties van de huisarts en samenwerking met anderen worden in regels vastgelegd en in documenten uitgedrukt, evenals hoe de patiënt moet worden behandeld. Hoe stellen rechters zich dat voor in de praktijk? Zien zij een arts voor zich die vanuit lijsten en protocollen werkt, terwijl hij tegelijkertijd betrokken is op de patiënt en diens familie en tegenover ondraaglijk lijden komt te staan? In dit geval stond Tromp bij een patiënt die door verstikking bezig was op een vreselijke manier te overlijden.
Het feit dat in de uitspraak regels en definities uit wetten en richtlijnen en documenten worden opgevoerd om het gebrek aan vakbekwaamheid van Nico Tromp te bewijzen, laat zien hoezeer rationele betekenisgeving in het oordeel van de rechtbank overheerst. Als inspectie en het OM ervan uitgaan dat elk geval moet voldoen aan gestelde regels, ongeacht de situatie en de context, kan dit een gebrek aan empathie tonen, maar het gaat verder dan dat: opgesloten in je eigen rationele wereld, beperkt waarnemen wat in de realiteit gebeurt en er voor een ander toe doet. Heeft de co-assistent net zo gekeken?

Met de opsomming van documenten in 2.3 als grondslag van kwaliteit kiest de rechtbank (onbewust) voor rationele betekenisgeving als grondslag voor haar beoordeling. Dat is een vorm van betekenisgeving waarin alles in oorzaak en gevolg wordt uitgedrukt, in dit geval: je volgt regels en wetten. De gedachte is dat je door die te volgen alles onder controle hebt, alles goed komt, het gewenste resultaat wordt bereikt. Dat blijkt voor de rechtbank en de inspectie synoniem met ‘verantwoorde zorg’. De wederzijdse beïnvloeding tussen een persoon en zijn omgeving en wat daarin ontstaat en niet in regels en wetten kan worden gevangen –  evolutionaire betekenisgeving – is niet of nauwelijks in het oordeel van de rechtbank terug te vinden.
Daarnaast, als de rechtbank sociale betekenisgeving als referentie had gekozen, zou ze in eerste instantie beoordelen of de huisarts betrokken is op zijn patiënten in hun context. Ze had dan ook zelfreferentiële betekenisgeving (of het ontbreken daarvan) in het oordeel betrokken: daarbij kijk je of de arts zijn eigen welbevinden centraal stelt en of hij vooral doet wat hij zelf prettig en voor hemzelf belangrijk vindt. Dan zou hij bijvoorbeeld bij voorbaat regels hebben gevolgd om narigheid met de inspectie te voorkomen, en het lot van de patiënt en de familie komt dan op de tweede plaats. Dat deed Nico Tromp niet. Uit de getuigenis van zijn patiënten blijkt dat hij een lage mate van zelfreferentialiteit had. Hij cijferde zichzelf steeds weg, stond dag en nacht klaar, stelde van alles in het werk om patiënten goed te helpen en was barmhartig. Sociale betekenisgeving kenmerkt zijn gedrag.

Er blijft maar één conclusie over: rationele betekenisgeving krijgt zoveel gewicht in het oordeel van de rechtbank dat de andere vormen van betekenisgeving – zonder welke een leven onleefbaar is – er niet meer toe kunnen doen. Het laat een onthutsend gebrek aan gevoel voor realiteit zien. De vraag is: zijn er verzachtende omstandigheden?

Over de context waarin de rechtbank tot haar oordeel komt

Ook rechters zijn in wisselwerking met hun omgeving, net als inspecties en OM. De vraag is tot welke vormen van betekenisgeving hun omgeving uitnodigt. We geven daarover een aantal waarnemingen:

1.    De eerste waarneming is dat de inspectie, de rechtbank en het OM dezelfde vorm van betekenisgeving lieten overheersen bij de definitie van kwaliteit van zorginstellingen, namelijk de rationele. De rechtbank kon verwijzen naar documenten die kwaliteit in regels vastleggen. Dat is vooral te danken aan adviesbureaus die gewend zijn om ISO-normen die in de industrie gelden, ook te gebruiken in dienstverlening. ISO in de gezondheidszorg heet ‘Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling Zorg’ (HKZ). Adviesbureaus adviseren overheden en organisaties dat zo te doen en die gaan daarin mee.
In de industrie kunnen en mogen rationele en zelfreferentiële betekenisgeving overheersen. Zodra ISO-normering gebruikt wordt voor dienstverlening, krijgen rationele en zelfreferentiële betekenisgeving daar een te groot gewicht en sociale en evolutionaire betekenisgeving veel te weinig. Door gebruik van die normering is rationele betekenisgeving in de zorg doorgeschoten.

2.    Er is nog een schepje rationaliseren bovenop gedaan door het handelen van zorgprofessionals in productdefinities te vangen en die dwingend aan hen op te leggen. Politici hebben de zorg tot een industrieel model geforceerd, dat nu dwingend door zorgverzekeraars aan de hele sector wordt opgelegd. Dat model is gebaseerd op rationele betekenisgeving en kan door zorgverzekeraars zelfreferentieel (voor eigen gewin) worden gebruikt. In die combinatie van rationele-zelfreferentiële betekenisgeving wordt alles in geld en getallen uitgedrukt. Dan begrijp je ook hoe De Nederlandsche Bank toezichthouder op Verzekeraars kon worden, omdat die op enig moment als financiële instellingen gezien werden.
Hoe rationaliseren kan doorslaan naar irrationaliteit (en alsmaar stijgende kosten), wordt duidelijk als je inziet dat een zorgende samenleving waarin sociale en evolutionaire betekenisgeving overheersen tot de waardevolste en goedkoopste zorg leidt en overheden en zorgorganisaties ontlast. (Zie Voorbij het Vanzelfsprekende, hoofdstuk 3.)

3.    De rechtbank gaat uit van nationale wetgeving waar iedereen zich aan te houden heeft. Zo willen we geen moord en doodslag, willen we dat we elkaars eigendom respecteren, dat we contracten naleven, enz. Dat zijn in de samenleving aanvaarde grondslagen, die voor iedereen in Nederland gelden, ongeacht wie je bent, hoe je leeft en wat je belangrijk vindt. Zo’n uitgangspositie leidt in de zorg juist tot problemen.
Er is geen absolute rationele maat die goede zorg meet. De kracht van goede zorg zit in de manier waarop iemand de wisselwerking met zijn omgeving ervaart, juist in moeilijke persoonlijke omstandigheden.  Je kunt dat waardevolle zorg noemen. Die is persoonlijk, verbonden, situationeel, gaat uit van wat de zorgbehoevende nodig heeft en als helpend ervaart. Dat kun je op afstand niet rationeel bemeten en ook niet met beleid van bovenaf opleggen. Dan is het geen zorg meer. Sociale en evolutionaire betekenisgeving domineren in zorg. Rationele betekenisgeving overheerst alleen in die bijzondere gevallen van zorg waarbij specialismen en technologie bepalend zijn om een gewenst resultaat (in ogen van de zorgontvanger) te bereiken. Denk aan complexe ziekenhuisoperaties.

4.    Bij mensen met een oriëntatie waarin rationele betekenisgeving overheerst, kun je waarnemen dat zo’n sociale-evolutionaire manier van betekenis geven als grondslag onder organiseren ondenkbaar is. Dat zie je terug in de praktijk:

•    In een oriëntatie die overheerst wordt door rationele betekenisgeving, worden geld en tijd als dimensie gebruikt om betekenis in uit te drukken. Wie te maken heeft met een zorginstelling waar de zorg in taal als betrokken en sociaal wordt voorgesteld, maar waar het gedrag van medewerkers en/of de leiding door rationele betekenisgeving bepaald is, zal dat ervaren. Taal is slechts behang.

•    Wie via de rechter in beroep gaat tegen een beslissing van een inspectie of toezichthoudende instantie in de zorgsector, moet verwachten een rationeel gewogen oordeel terug te krijgen. Andere vormen van betekenisgeving spelen nauwelijks een rol. Ga je naar een advocaat die dezelfde oriëntatie heeft als de rechtbank, dan kan hij je slecht verdedigen.

•    De zetels in de Tweede Kamer, de top van ministeries en toezichthoudets die de overheid ingesteld heeft, de top van verzekeringsorganisaties, veel (vooral grote) gemeenten, banken, media, Angelsaksische organisatieadviesbureaus, universiteiten en hogescholen worden steeds meer geleid door mensen met een rationele oriëntatie, die op hun beurt anderen selecteren op die oriëntatie. Zo groeide de invloed van rationele betekenisgeving in overheden en organisaties. Het leidde tot vormen van organiseren die je eerst bij banken zag maar inmiddels ook in onderwijs, zorg, politie, ja waar niet? terugvindt.

Er kan geen andere conclusie zijn dan dat de omgeving van de inspectie en de rechtbank uitnodigt tot oordelen vanuit rationele betekenisgeving. Vanuit dat oogpunt wordt de vraag in de zaak Tromp: is de artseneed voor een arts leidend of moet hij regels en voorschriften volgen, ook al zouden die hem of haar verhinderen de mens in nood die voor hem staat naar eer en geweten op de beste manier te helpen? Voor Nico Tromp bleek de artseneed leidend. Dat het OM hem als verdachte van een misdrijf behandelt laat zien dat voor Officieren van Justitie in deze zaak regels leidend zijn, tot in een dimensie die aan Asperger doet denken. Tromp kon niet in een wereld leven waarin de essentie van zijn inzet en bestaan als misdadig werd weggezet en de overheid geen vriend bleek maar een vijand.

Als de rechtbank ervoor zou hebben gekozen de artseneed leidend te laten zijn, dan zou iedereen sociale betekenisgeving als grondslag onder haar oordeel hebben herkend en zou ze tegen alle instanties in haar context zijn ingegaan. Maar de soevereiniteit van artsen zou onaangetast zijn. Nu kiest ze voor rationele betekenisgeving als grondslag, en oogst een ontstellend verlies aan gevoel voor realiteit, waar mevrouw Tromp zich niet bij wil neerleggen. En wij burgers van Nederland verliezen de soevereiniteit van artsenij.

Het is goed dat mevrouw Tromp in hoger beroep gaat. Daar zou de vraag die we hiervoor formuleerden centraal moeten staan: is voor een arts de artseneed leidend of zijn dat regels, ook als die ingaan tegen het naar zijn of haar oordeel goed behandelen van de cliënt die in nood voor hem staat?
Deze vraag ontstijgt de zaak Tuitjenhorn. Tegelijkertijd krijgen we zo een indicatie van wat is overgebleven van de kwaliteit van de rechtsstaat.

Inmiddels is de situatie bereikt dat de meerderheid van de bevolking de dominantie van rationele betekenisgeving waarneemt en er de gevolgen van ondervindt. (De kwestie Griekenland helpt Europeanen de invloed van verschillen in betekenisgeving te zien: wie herkent niet de rationele oriëntatie van de EU, de ECB en het IMF tegenover de zelfreferentiële-sociale betekenisgeving van de Grieken die zich niet in het harnas van een Noord-Europese cultuur laat persen?)  Willen we met z’n allen iets doen tegen de enorme dominantie van rationele betekenisgeving (en de opkomst en doorbraak van zelfreferentialiteit die we nu ook meemaken), dan zullen degenen die gevoel voor realiteit hebben in beweging moeten komen. We moeten ons ervan bewust worden dat mensen aan de voet van de samenleving meer gevoel voor realiteit hebben dan degenen die vanuit een dominante rationele betekenisgeving onze realiteit willen inrichten. Hoe krijgen we dat effectief voor elkaar? Hoe kan dat er in de zorg uitzien?

Naar beweging waarin wij – als burgers en cliënten – legitimeren

Herken de rationaliteitswig

Eerst dit: je kunt wel rationeel over sociale en evolutionaire betekenisgeving praten, daarin doelen formuleren, maar daarmee doe je nog niet sociaal of evolutionair. We noemen dit verschijnsel de rationaliteitswig. Ga daarom uit van wat je een organisatie en een leidinggevende ziet doen. Ga niet uit van de taal die ze gebruiken. Taal op zich levert geen waardevolle zorg op.

Ontwikkelen van gevoel voor realiteit lukt in de huidige samenleving alleen als je in beweging komt, iets doet vanuit sociale en evolutionaire betekenisgeving, en rationele en zelfreferentiële betekenisgeving met enige terughoudendheid inzet. Door gericht vanuit sociale betekenisgeving in beweging te komen en dat te blijven doen, kan onze invloed groeien.
Het gaat wel om volhouden. Iemand die een organisatie leidt kan deze soort invloed niet lang negeren. Doet zo’n leidinggevende dat wel, dan verliest hij of zij regelend vermogen. De vraag is: hoe kan in beweging komen om gevoel voor realiteit te ontwikkelen eruit zien in de zorg?

De kracht van cliëntenraden

Als familie en vrienden het belang van hun naaste centraal stellen, dan zouden ze aan cliëntenraden een bondgenoot moeten hebben. Een cliëntenraad kan patiënten, hun familie en bekenden horen over het gedrag van artsen, verpleegkundigen, verzorgers, de inrichting van organisaties. Ze registreren wat patiënten familie en bekenden waarnemen, niet één keer en even, maar langere tijd.

Wij, mensen aan de voet van de samenleving, hebben meer gevoel voor realiteit dan onze overheid.
Essentieel is dat cliëntenraadsleden zich bewust zijn van hun positie en dat ze gemis van sociale en evolutionaire betekenisgeving herkennen, en ook zien hoe rationele betekenisgeving de leiding van zorginstellingen en andere organisaties domineert. Door vast te houden aan het hele spectrum van alle vormen van betekenisgeving, en zorginstellingen en hun leidinggevenden af te rekenen op gevoel voor realiteit, zal de invloed van de cliëntenraad in de samenleving en de lokale politiek groeien. Dat kan allerlei vernieuwende vormen geven, zoals coöperaties.

Het is belangrijk dat een cliëntenraad geen leden opneemt bij wie rationaliteit overheerst en zich ervan bewust is hoe een zelfreferentieel lid de cliëntenraad voor eigen doelen kan gebruiken. Zodra rationele betekenisgeving en/of zelfreferentiële betekenisgeving in de raad de boventoon voert, wordt ze speelbal van de lokale politiek en de leiding van lokale organisaties.

Een cliëntenraad zou gebruik moeten maken van moderne media. (Het gevaar is wel dat dit kan leiden tot dominantie van rationele betekenisgeving in de raad. Daarmee zou ze haar vertrekpunt ontkennen.) En de raad zou in staat moeten zijn met cliënten, de leiding van de zorginstelling en de samenleving te communiceren en haar oordelen duidelijk af moeten kunnen geven.

Het is goed nieuws dat de landelijke politiek het belang van cliëntenraden inziet. Ze wil er een recht voor budget voor instellen. Zo’n wettelijke regeling zorgt ervoor dat een cliëntenraad niet een speelbal wordt van de leiding van een zorginstelling. Het budgetrecht is te rechtvaardigen, omdat er moeilijk een betere kwaliteitsgarantie voor zorginstellingen mogelijk is, mits die cliëntenraad alle vormen van betekenisgeving – en in deze tijd in het bijzonder sociale en evolutionaire betekenisgeving – passend in stelling brengt.

De opstelling van LOC, de landelijke koepel van cliëntenraden

Cliëntenraden vormen een koepel om invloed uit te oefenen op de nationale politiek, verzekeraars en overheden. Ook in die koepel moet gevoel voor realiteit centraal staan en heeft men oog voor alle vormen van betekenisgeving. Zo’n koepel staat cliëntenraden bij waar nodig, kan advocaten selecteren die in staat zijn vanuit betekenisgeving de cliënt te verdedigen of de raad te vertegenwoordigen. En ze kan raden erop wijzen hoe sociale en evolutionaire betekenisgeving als referentie kan worden gebruikt wanneer zelfreferentiële en rationele betekenisgeving de raad zou zijn gaan domineren. Het huidige LOC voldoet aan deze omschrijving van een koepel en wil zo’n proces van Wij Legitimeren in de zorg voeden en zo beweging maken. Volg hen op www.loc.nl.

Wim van Dinten en Imelda Schouten.

Naschrift: uitspraak van de Raad van State op 1 juni 2016

Laat een reactie achter