In dit klimaat moeten we menselijk gedrag aan de orde stellen

foto: John McGuire op gratisography.com

We lijken alweer te zijn vergeten dat VW en andere autofabrikanten voldeden aan een emissietest, maar uit het oog waren verloren waarom die test was ingevoerd.

De VW-top was bezig met haar eigen belang: auto’s maken en verkopen. Bedrijfseconomie en werkgelegenheid waren belangrijker dan het milieu. De EU wist al jaren van het gesjoemel, maar deed pas wat toen de Amerikanen het naar buiten brachten. En ook daar speelde eigenbelang mee. Als straf worden door de EU de milieueisen opgerekt! Pas als we met z’n allen besluiten geen diesels meer te kopen verlossen we ons van de uitstoot.

Dat de EU de milieueisen aan diesels oprekt mocht je verwachten: als opruimen van de vervuiling meer geld kost dan klimaatverslechtering – voor zover je dat in geld en getallen kunt uitdrukken – dan neem je de milieuschade voor lief. Het is de denklijn van Nobelprijswinnaar Coase: organisaties hebben te maken met omstanders die zeggen hinder of overlast te ondervinden.

We stellen doelen om iets te bereiken en negeren alle invloeden die we niet in geld kunnen uitdrukken.
Om met hen te kunnen dealen vertaal je die overlast in cijfers en geld, sociale kosten genoemd. Coase schreef dit in 1960, toen milieuproblemen nog geen maatschappelijk vraagstuk waren. Desondanks is zijn denklijn sindsdien onveranderd blijven doorlopen. Het is een staaltje rationaliseren dat door economen en overheden al decennialang massaal omarmd wordt.

Terug naar de emissietest. Rationeel ligt die voor de hand. Je stelt als doel dat auto’s schoon moeten zijn en dan werkt zo’n test als garantie. Aan de test wordt ook voldaan, maar de bedoeling ervan is achter de gordijnen van het eigenbelang verdwenen. Je ziet ook dat overheden in hun omarming van Coase geen partij zijn om de kwaliteit van het milieu te bewaken.

Met dit voorbeeld dat je als standaardgedrag bij banken en verzekeraars kunt vinden, en inmiddels ook bij veiligheid, in zorg en onderwijs, raken we de kern van onze milieuproblemen. We stellen doelen om iets te bereiken en negeren alle invloeden die we niet in geld kunnen uitdrukken.
Dan kun je met droge ogen zeggen dat emissierechten de grootste bijdrage zijn die we aan het milieu leveren. We weten wel dat heel veel andere invloeden er ook toe doen, maar weten niet hoe we daarmee om moeten gaan.

Doelgericht handelen zie je niet alleen in bedrijven, maar ook bij hoogleraren, technologen, activisten, de milieubeweging en politici. Westerse landen exporteren deze vorm van werken en organiseren wereldwijd en willen bovendien de milieuproblemen erin oplossen. Zo worden er klimaatdoelen geformuleerd en bijbehorende plannen opgesteld met maatregelen om de negatieve effecten van klimaatverandering te beheersen. De feiten laten zien dat we er niks mee zijn opgeschoten, integendeel.
Het roept de vraag op: als de aarde opwarmt door menselijk handelen, zou doelgericht handelen dan niet in het hart van de milieuproblemen zitten?

Voor een antwoord moeten we dieperliggende oorzaken vinden, zoals ook prins Charles opperde bij de opening van de klimaatconferentie in Parijs. We moeten het menselijk gedrag aan de orde stellen.

Herkennen we hoe we werken en organiseren?

Om de vraag te beantwoorden of doelgericht handelen in het hart van de milieuproblemen zit moeten we als het ware boven onszelf uitstijgen. Je moet kunnen waarnemen hoe we met de wereld om ons heen in wisselwerking zijn en kunnen herkennen hoe we in die wisselwerking aan verschijnselen betekenis geven.
Er zijn vier fundamenteel verschillende vormen van betekenisgeving: evolutionair, rationeel, zelfreferentieel en sociaal. (Van Dinten en Schouten: Voorbij het Vanzelfsprekende, 2014.) Ieder mens heeft ze in potentie tot z’n beschikking. Tijdens het opgroeien ontwikkel je een bepaalde combinatie die aansluit op jouw omgeving. Die combinatie wordt een vooringenomenheid waarmee je waarneemt, oordeelt en organiseert, die we oriëntatie noemen. Je kunt die niet zomaar afleggen. Oriëntaties zijn robuust. Je verandert niet even de vormen van betekenisgeving in je vooringenomenheid.

Zou doelgericht handelen niet in het hart van de milieuproblemen zitten?
Doelgericht handelen vloeit voort uit een doel dat je stelt. Je gaat uit van wat jij graag wilt of wilt dat er gebeurt. Je gebruikt je rationaliteit om zo’n doel in een plan om te zetten dat je in stukjes opdeelt als een mechaniek: het een volgt uit het ander. Het resultaat ervan geeft het doel dat je gesteld hebt. Het stellen van het doel laat zelfreferentiële betekenisgeving zien. De manier waarop zo’n doel wordt omgezet in een mechaniek vloeit voort uit rationele betekenisgeving. Alles wat van realisatie van zo’n plan afleidt, negeer je. Je kunt er niks mee.

Daar komt bij dat je, vanuit sociale betekenisgeving gezien, ook lid bent of wilt zijn van een groep. Als iedereen in de groep waar je bij hoort of bij wilt horen doelgericht handelt, dan ga je geen afwijkende vorm van werken en organiseren gebruiken, want dan dreig je uit jouw groep te vallen en dat is vanuit sociale betekenisgeving gezien het ergste wat je kan overkomen. En daarmee negeer je wat door jouw groep wordt genegeerd en omarm je wat door jouw groep wordt omarmd.

Als we zo werken en organiseren wordt daarin de wisselwerking tussen onszelf en de omgeving gemarginaliseerd. Hoe we in wisselwerking zijn met de natuur en met willekeurige anderen in onze omgeving merk je niet op, wordt genegeerd. Evolutionaire betekenisgeving krijgt zo geen gewicht.

De kern van de milieuproblematiek

In de manier waarop we in de westerse wereld werken en organiseren negeren we evolutionaire betekenisgeving. In die vorm van betekenisgeving zijn verschijnselen een expressie van alle invloeden die er zijn en zijn geweest. Als die vorm jouw oriëntatie domineert kijk je zo naar jezelf, naar een insect, plant, naar alles wat leeft.
Dan is duurzaamheid dat vormen van leven zich in wisselwerking met hun omgeving en situatie kunnen handhaven en evolueren.

Terugkijkend in de geschiedenis zien we dat evolutionaire betekenisgeving eeuwenlang door mensen te weinig gewicht kreeg.

Ontkenning van evolutionaire betekenisgeving is de kern van de problematiek van deze tijd.
Inmiddels nemen we waar wat we de aarde en alles wat erop leeft hebben aangedaan en beginnen daar last van te krijgen. We formuleren milieuproblemen vanuit onszelf. Dan is het begrijpelijk dat het klimaatprobleem en niet de brede milieuproblemen (o.a. overbevissing, pesticiden, oerwoudvernietiging) in de schijnwerpers staat, omdat dit met onze vorm van werken en organiseren oplosbaar lijkt.
Sociale betekenisgeving speelt hierbij een grote rol. Lid zijn van een groep betekent dat je er geen afstand van wilt nemen. Dat geldt nog nadrukkelijker voor wie zich deel voelt van een gevestigde orde. De invloed van vasthouden van gevestigde posities kun je niet overschatten. Toen Darwin zijn evolutieleer onthulde, leidde dat tot een heftig en emotioneel debat. Zijn ideeën tastten de positie van de katholieke kerk aan. Ter verdediging greep Paus Leo XIII terug op de middeleeuwse (!) filosofie van Thomas van Acquino, dat denken en geloven niet tegengesteld aan elkaar zijn: je gebruikt rationaliteit en wat je niet kunt verklaren schrijf je aan God toe. De evolutieleer werd neergezet als speculatie.
Duurzaamheid is dat vormen van leven zich in wisselwerking met hun omgeving en situatie kunnen handhaven en evolueren.
Maar als God zorgt voor de natuur en wat daarin ontstaat, hoeven mensen zich daar niet druk om te maken. He’s got the whole world in his hands. God als grondslag en oorzaak van alles. Het serieus nemen van evolutionaire betekenisgeving werd door de gevestigde orde in de knop gebroken.

Dat betekent niet dat wij rationele betekenisgeving verketteren. Die heeft een onschatbare waarde mits we alle vormen van betekenisgeving herkenbaar en bespreekbaar maken, betekenisgeving kunnen expliciteren. Zo komen we in de positie te weten wat passende vormen van betekenisgeving zijn in een probleem of activiteit. We zijn dan bovendien in staat te zien dat in Nederland rationele betekenisgeving zo is gaan domineren dat we vervreemd zijn van de realiteit. Die willen we intussen ontwerpen en modelleren. Zonder explicitering van betekenisgeving zie je dat niet. Je voelt wel de aard van de problemen die dit oproept, maar omdat je geen woorden hebt, heb je geen aangrijpingspunt en kun je je ratio niet inzetten om passende vormen van betekenisgeving als grondslag voor activiteiten te kiezen.

Betekenisgeving is de basis van een door de samenleving gedragen milieubeweging

Negeren, laat staan ontkennen van evolutionaire betekenisgeving, heeft in deze tijd gevaarlijke proporties aangenomen. Dat is niet alleen in het milieu zichtbaar. Als je evolutionaire betekenisgeving negeert, denk je een democratie te kunnen vestigen door met bommen te smijten om een onwelgevallig regime omver te werpen. Of dat je een unie van staten kunt leiden zonder van de verschillen in betekenisgeving tussen die staten uit te gaan. Of dat je mensen die zorg nodig hebben kunt bedienen vanuit zorginstellingen die hun medewerkers aan ordeningen hangen die je bedacht hebt en in de vorm van systemen oplegt. Of dat je meent dat een situatie pas veilig is, als je jouw ordening kunt handhaven. Of….

Oog voor betekenisgeving zou in de samenleving en binnen organisaties op gang moeten komen door er herkenbaar vanuit te oordelen en mee te toetsen.

Het is geen wonder dat het zover heeft kunnen komen. Er wordt impliciet, veelal onbewust, uitgegaan van betekenisgeving in opvoeding, onderwijs, psychologie, psychiatrie, journalistiek. Onder studies economie, bedrijfskunde, bestuurskunde en politicologie zit zelfreferentiële-rationele betekenisgeving. Daarin leer je uit te gaan van doelen stellen, die je rationeel omzet in planning en taken. Je drukt alles uit in de dimensies van betekenis die erbij passen: tijd en geld.

Evolutionaire betekenisgeving is ook in de media gemarginaliseerd. Facebook – de naam zegt het al – is jouw persoonlijke etalage. Twitter is schreeuwen om aandacht vooral voor jezelf. Google geeft de mogelijkheid te zoeken wat jij nodig hebt of interessant vindt. Op tv is de leus dat alles concreet moet zijn en snel. Je mag het geduld van de kijker niet op de proef stellen. Kijk naar politici en milieu-coryfeeën en je herkent dat ze dit format hebben overgenomen.

Ontkenning van evolutionaire betekenisgeving is de kern van de problematiek van deze tijd. Oog voor betekenisgeving zou in de samenleving en binnen organisaties op gang moeten komen door er herkenbaar vanuit te oordelen en mee te toetsen. Daarmee verminderen we de invloed van zelfreferentialiteit en rationaliteit. Betekenisgeving bespreekbaar maken wordt pas dan effectief als we politici, journalisten, leidinggevenden gaan beoordelen op het hele spectrum in waarnemen, oordelen en gedrag. Je kunt van een echte doorbraak spreken als betekenisgeving in het onderwijs onder woorden wordt gebracht. Betekenisgeving heeft enorme invloed en is de breedst gedragen milieubeweging die je je kunt voorstellen.

We sluiten af met de stelling: het aanpakken van milieuproblemen begint met herkenning van vormen van betekenisgeving. Wie de problemen binnen de bestaande maatschappelijke ordening wil oplossen, is kansloos.

Wim van Dinten
Imelda Schouten
Ferna Botter

Wil je voortaan onze nieuwsbrief ontvangen?

Laat een reactie achter