Herkennen van de armoe en luxe waarin we leven

Ik ben net terug van een reis naar Kaap Verdië. Ik ga daar al jaren in deze tijd van het jaar naar toe vanwege het heerlijke weer. Dit jaar was ik weer eens in Santiago en voor het eerst in Fogo. Je bent op Santiago echt in Afrika: arm, een donkere bevolking, geen onderhoud aan wegen en gebouwen. De vrouwen op het platteland doen de was in de rivier. De haven ligt er verlaten bij. Je vraagt je af waar ze van leven. Het is er ook niet rijk aan natuurschoon. Maar er is niemand ondervoed.

Fogo is vooral een vulkaan-landschap. De vulkaan was voor het laatst in 1995 actief. Er is een enorme krater. Daarin is een klein dorp gevestigd met een hotel en een restaurant waar je eenvoudig kunt eten. De mensen op dat eiland zijn zo mogelijk nog armer dan in Santiago. In heel Kaap Verdië is het inkomen van families afhankelijk van de bijdrage die uit Europa of Amerika door familieleden wordt gestuurd. Onze gids – die in Fogo geboren en getogen was, goed engels sprak en een agrarische opleiding had gevolgd – vertelde dat alle landen in Europa bezig zijn regelingen af te bouwen waar Kaapverdianen gebruik van maken om inkomen te bemachtigen. Hij vertelde dat er een intelligent netwerk was ontstaan dat je hielp hoe je het best van regelingen gebruik kon maken, inclusief trouwen voor de wet, zonder ooit samen te leven. Hij vertelde ook dat Kaapverdianen die in de VS rijk waren geworden tijdens hun pensionering een huis lieten bouwen op Fogo, waar ze dan hun levensdagen verder sleten. Hij sprak vol trots over zijn eiland en met liefde voor zijn bewoners.

Ik realiseerde me dat alleen in landen waar mensen in sociale samenhang leven, dit mechanisme werkt: je gaat ergens anders in de wereld werken en een deel van het geld dat je daar verdient maak je over aan je familie. Het lijkt op mensen die off-shore werken, maar het grote verschil is dat die gevraagd worden om hun specialistische bijdrage, terwijl mensen uit Kaap Verdië vooral alleen hun arbeidskracht kunnen inzetten. Het is ook duidelijk dat je in Kaap Verdië weinig mogelijkheden hebt om het in je eentje te rooien, terwijl als je als Kaapverdiaan hier in Nederland komt werken niet mag verwachten dat je een grote carrière voor je hebt en losgezongen raakt van Kaap Verdië en je vrij voelt je eigen weg te gaan. Zo blijft de sociale samenhang in stand, zijn zulke migranten zowel schat als gevangene van de groep waarin ze opgroeien.

Op Santiago bezochten we een groepje dat zelfs nog leefde in lemen hutten, zonder water en elektra. Het krioelde van de kleine vrolijke kinderen. De laatste keer dat ik dat zag was in het binnenland in Tanzania. Het dorpje lag niet eens ver van de weg. Het was bijzonder dat zo’n leefwijze zich op die plek had kunnen handhaven. Ik liep er wat verloren rond, had nauwelijks contact met hen, sprak hun taal niet, terwijl de gids ongeïnteresseerd was en slechts toekeek. Er was een kleine ruimte waar primitieve kunst hing van de bewoners. Je zou het kopen om hen niet het gevoel te geven dat ze bedelden.

Kom je dan op Sal, een vrijwel platte zandplaat, dan vind je daar hotels, appartementen, veel nieuwbouw, een florerende toerisme industrie, veel surfers. En vissers die in de ochtend hun vangst op een houten pier schoonmaken. Ze klagen dat Japanners de tonijn en andere vis grootschalig hebben weggevangen. Tong staat nog hier en daar op een menukaart, maar meestal is het er niet. Je landt op doorreis nog op het eiland Boa Vista dat door de RIU-keten is opgeslokt: er is een groot hotel waar toeristen all-inclusive eten en drinken. Het is de cruise-formule. Om dat hotel mogelijk te maken is er een haven en een vliegveld gebouwd. Als je de Arke-gids leest is het alsof dat eiland het mooist is van de archipel. Fake.

Ik heb op een reis niet vaak zo’n tegenstelling gevoeld als daar op Sal, Santiago, Fogo. Wat die eilanden verbindt is het klimaat, de droogte en de wetenschap dat het allemaal Kaap Verdië is. Je kunt er ervaren dat het leven in een huis met water en elektriciteit zoveel comfort biedt dat iedereen daar naar zal streven. Wij zullen hier zeggen: er recht op heeft. En tegelijkertijd ontsnap je niet aan het gevoel dat wij in Europa en de westerse wereld zijn doorgeschoten in het gebruiken van alles en nog wat en veel zijn kwijt geraakt.

Wim van Dinten

Dit bericht is geplaats in Column en getagd , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark deze pagina.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>